Posts

Schipper Matthijs van Eijck

Afbeelding
Ons boek "Den Burg 1622-1830: Huizen, huiseigenaren en bewoners" bevat een heleboel persoonsnamen, maar toch worden lang niet alle inwoners van het dorp genoemd. Huurders bijvoorbeeld komen er bekaaid af. Er zijn maar een paar bronnen waarin ook de huurders systematisch vermeld worden: de belastinglijsten van 1742 en 1749 en de volkstelling van 1830. Verder worden ze incidenteel genoemd in het notarieel archief of in de notulen van de municipaliteit. Een flink aantal personen ontbreken dus in het boek. Daarbij zijn een aantal overkanters, mensen die zich niet definitief op Texel gevestigd hadden.Matthijs Cornelisz van Eijck was zo iemand. Hij werd omstreeks 1680 geboren, vermoedelijk in Amsterdam en had een zeevarend bestaan. Hij ontmoette de Texelse Bregje Jans Stro, die eerder getrouwd was geweest met Pieter Maartensz Vlaming uit De Waal. Zij was rond 1670 geboren en was dus een tiental jaar ouder. Uit haar eerste huwelijk had ze al een paar kinderen. Nadat het voorgenom

Texelse oestervissers

Afbeelding
In het jongste nummer van het tijdschrift van de Historische Vereniging Texel staat een tamelijk uitgebreid artikel over de oesterteelt van Karel Essink. Naar aanleiding daarvan heb ik me nog eens verdiept in de teloorgang van de Texelse oesterteelt in de negentiende eeuw zoals deze beschreven wordt in het proefschrift 'Tussen Scylla en Charybdis'. Overbevissering en de inpoldering van Eierland, De Eendracht, de Prins Hendrikpolder en Het Noorden speelden daarbij een grote rol. Natuurlijk probeerden de voormalige oestervissers hun gezinnen toch te onderhouden, bijvoorbeeld door over te gaan op een andere vorm van visserij of te emigreren naar het buitenland. Een paar Texelse families belandden in West Sayville op Long Island, een deel van New York waar de oestervisserij een belangrijke rol speelde. De taal vormde geen barrière want een groot deel van de inwoners had Nederlandse wortels. Speciaal van één gezin is mij bekend hoe het ze in de VS is vergaan, namelijk het echt

Nalatenschap Dorothea van der Merct

Afbeelding
Dorothea van der Merct (1737-1809) kwam uit een van oorsprong Zwolse familie, die al een paar generaties op Texel woonde. Een aantal mannelijke leden van de familie werkte tot 1795 voor de Admiraliteit van het Noorderkwartier. De man van Dorothea was Cornelis Franken. Hij werd commandeur ter zee genoemd en werkte voor de Amsterdamse Admiraliteit. Een vooraanstaande familie dus, al waren er zowel met Jacob -de vader van Dorothea- als met haar broer Hendrik een aantal problemen. In het Huydecoperarchief lees je bijvoorbeeld over de schade onder de schapen die de jachthonden van Jacob van der Merct aanrichtten. Dorothea trouwde begin 1761 in Amsterdam met Cornelis Franken. Hij kwam uit Gouda. Een lang en gelukkig huwelijk was hen echter niet beschoren: uit een Texelse notariële akte van eind juli 1765 blijkt dat Cornelis al is overleden. Voor zover bekend zijn er geen kinderen voortgekomen uit hun verbintenis. Zijn boedel was ook nog eens niets waard, zodat Dorothea deze verwierp.

Simon Meijndertsz Boom

Afbeelding
In het Oudeschilder gezin van de loods Meijndert Pietersz Boom en Antje Sijmens Schar werd na drie dochters in 1738 een zoon geboren. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader aan moeders kant. Na hem kwamen er nog drie zoons ter wereld, waarvan de laatste Cornelis echt een nakomertje was. Het ligt voor de hand dat Simon al jong door zijn vader mee werd genomen de zee op, maar echt weten doen we dat natuurlijk niet. Wel is het een feit dat hij op 27-jarige leeftijd loodsexamen deed. Hij kreeg de loodspenning oftewel het lootje met het mooie nummer 333. Eind 1770 trouwde hij met Aagje Jans Rebel, die eveneens afkomstig was uit Oudeschild. Niet lang nadat zij gehuwd waren, overleed Aagje kinderloos misschien wel in het kraambed. Simon hertrouwde in 1774 met Jantje Buijsekool. Zij kregen twee kinderen Antje en Meindert. Rijk was het echtpaar niet, volgens hun testament uit 1776 bezaten ze minder dan 2000 gulden. Maar arm waren ze ook niet. Simon werd gekozen tot diaken van de gereformeer

Frans Jansz Ratelaar, een katholieke boer

Afbeelding
Op Texel waren er geen hele rijke inwoners in de achttiende eeuw, maar toch waren de verschillen in welvaart aanzienlijk. Frans Jansz Ratelaar werd in 1763 op de lijst van katholieke inwoners "extra vermogend" genoemd, al zou ik hem eerder redelijk welvarend noemen. De waarde van al zijn bezittingen was namelijk tussen de f 4000,- en 8000,-. Dat zou nu omgerekend ongeveer een halve ton (in euro's) bedragen. Frans was de enige zoon van Jan Arisz Ratelaar en Maartje Frans Katwijk die de volwassen leeftijd bereikte en dus erfde hij de boerderij van zijn ouders in de Waalderstraat in Den Burg. In 1747 trouwde hij met Trijntje Sijmens Groen uit Oudeschild, een dochter van de loods Sijmen Dirksz Groen en Martje Jacobs. Hoewel ze beiden van Texel kwamen, lieten ze hun huwelijkse voorwaarden opstellen door notaris Kerkhoven in Schagen. Het echtpaar liet drie kinderen dopen op Texel in de katholieke kerk. Zowel Maartje, Jan als Aafje zijn volwassen geworden en getrouwd. In

Adam Kalf

Afbeelding
De voormalige dienaar van justitie Adam Kalf overleed op 20 december 1829. Hij was op dat moment met 91 jaar de oudste inwoner van Texel. Volgens zijn overlijdensakte was zijn volledige naam Johann Adam Kalf en was hij afkomstig uit "Fliendorff in Hesselland". Maar ... die plaats bestaat en bestond helemaal niet. Dus zocht ik zijn huwelijk op in 1783 met Johanna Schwackelenburg zowel in het impostboek als in het gereformeerde trouwboek van Den Burg. Zijn vrouw was jongedochter, Adam bleek eerder getrouwd te zijn.Een eerdere huwelijksakte van Adam zou mogelijk een verdere aanwijzing voor zijn herkomst kunnen bevatten. Via de fantastische site openarch vond ik het volgende: Adam Kalf van Frielendorp, weduwnaar van Johanna Olij, trad op 27-5-1768 te Amsterdam in ondertrouw met Anna Geertruijd Bentink van Oldenzaal. En .... in Hessen blijkt een Frielendorf te zijn. Eureka!

Familie Boutet later Botet

Afbeelding
In het Texelse notarieel archief is een interessante akte te vinden, die de sleutel vormt tot onderstaande fragmentgenealogie van de familie Botet. Oorspronkelijk heetten ze waarschijnlijk Boutet, later op Texel werd het Botet maar ook wel Potet. Volgens de notariële akte was deze familie "om de vrijheid van de protestantse religie" uit Frankrijk gevlucht. Via het Friese Balk kwam Lourens Jansz Boutet in Oudeschild terecht. GENERATIE I Ia. Lourens Jansz Boutet geboren in Balk, verongelukt in de storm van 1735 op de ree van Texel met schip van kapitein Andries Riet. Hij trouwt met Anneken Mattijsen Matijn, elders Annetje Anthonis Montijn genoemd. Ook zij was een vreemdeling. Zie generatie II voor hun kinderen. Ib. Catharine Boutet x Jacques Sapin, woonachtig in Amsterdam. Zij hebben o.a. een dochter Catherine oftewel Kaatje Sapin. Kaatje Sapin trouwt met Nicolas Violet. Zij laten in de Oude Waalse kerk in Amsterdam twee kinderen dopen. GENERATIE II IIa. Lijsbet Loure