Bakkers bij Huydecoper
Het Huydecoperarchief is een begrip onder Texelse genealogen. Het bevindt zich in het Utrechts archief en is voor een deel gedigitaliseerd. Daardoor is het een stuk toegankelijker geworden. Het archief wordt niet alleen gevormd door de stukken die de Texelse schout Balthasar Huydecoper (1695-1778) heeft nagelaten. Een belangrijk deel van het archief is verzameld door zijn achterneef de politicus Jan Elias Huydecoper (1735-1808).
Hier beperk ik me uiteraard tot de Texelse documenten en specifiek inventarisnummer 422, dat omschreven staat als "Stukken betreffende de controle op het gewicht en de prijs van het brood, 1735, 1742, met stukken afkomstig van zijn voorgangers, 1723-1730". Dit inventarisnummer is nog niet gedigitaliseerd, maar ik heb het scannen wel al aangevraagd bij het archief. Meestal duurt het zo'n week of drie voordat het vervolgens online beschikbaar is.
Of voldaan werd door de Texelse bakkers aan de zogenoemde zetting van het brood, het vereiste gewicht en de juiste prijs van het brood, is slechts "petit histoire". Als je toevallig van één van deze bakkers of hun "slijtsters" afstamt, kan het toch een leuk detail zijn in de familiegeschiedenis. Op mijn oude site staat een deel van het inventarisnummer 422. Vooruitlopend op de publicatie via de site van het Utrechts archief, hier mijn aantekeningen betreffende 1723 en 1724 dus voor de tijd van Huydecopers schoutschap.
Hier beperk ik me uiteraard tot de Texelse documenten en specifiek inventarisnummer 422, dat omschreven staat als "Stukken betreffende de controle op het gewicht en de prijs van het brood, 1735, 1742, met stukken afkomstig van zijn voorgangers, 1723-1730". Dit inventarisnummer is nog niet gedigitaliseerd, maar ik heb het scannen wel al aangevraagd bij het archief. Meestal duurt het zo'n week of drie voordat het vervolgens online beschikbaar is.
Of voldaan werd door de Texelse bakkers aan de zogenoemde zetting van het brood, het vereiste gewicht en de juiste prijs van het brood, is slechts "petit histoire". Als je toevallig van één van deze bakkers of hun "slijtsters" afstamt, kan het toch een leuk detail zijn in de familiegeschiedenis. Op mijn oude site staat een deel van het inventarisnummer 422. Vooruitlopend op de publicatie via de site van het Utrechts archief, hier mijn aantekeningen betreffende 1723 en 1724 dus voor de tijd van Huydecopers schoutschap.
-
25, 26 en 27-1-1723 hebben de Texelse schepenen bij de bakkers haar rogge, witte en tarwebrood gewogen en bevonden als volgt:
Bij Poulus Kickert aan Den Burg bevonden zijn witte brood en gesneden brood niet op gewicht te wezen.
Bij de zoon van Aaf Maartens aan Oosterend zijn wittebrood en grof bevonden niet op gewicht te zijn en 1 loot beneden de zetting te zijn.
9-9-1724 Uit naam van de baljuw Hendrick Reael of zijn gequalificeerde de presidentschepen Maarten Brouwer heeft de bode Willem Ernst Disper de bakkers aan Den Burg gevraagd hoeveel slijtsters zij houden wie dezelve zijn, verder of ze aan geen andere slijtsters het brood beneden de zetting hebben gegeven; waarop ten antwoord hebben gegeven, als volgt:
Albert Kickert zegt dat hij twee slijtsters heeft namelijk Anna Claas en Gerrit Gerritsz en aan niemand brood beneden de zetting heeft verkocht
Burgemeester Jan Pietersz Backer zegt mede twee slijtsters te hebbben als Antje Formers en Jantje Meijers en inderdaad niet beneden de zetting verkoopt.
Maarten Jansz Backer zegt twee slijtsters te hebben namelijk Trijntje Dircks en Arien Jansz en zegt verder: Ja, ik heb wel brood aan andere slijtsters verkocht beneden de zetting als de andere bakkers geen brood hadden, zo zij zeiden. Waarop hij een boete heeft gekregen volgens de keur.
Pieter Cornelisz Backer heeft twee slijtsters namelijk Aaltje Jans en Aaltje Bruijns, inderdaad wel beneden de zetting. Hij heeft ook een boete gekregen.
Dirck Cornelisz Hoek heeft twee slijtsters Jan uijt de Boogaert en Trijn uit de Boogaert
Jacob Cornelisz Backer of deszelfs vrouw heeft twee slijtsters namelijk Cornelis Jansz Cock en Anna Koenes.

Reacties