Leendert Jansz Pruijt, slaaf in Algerije

In de archieven van de Admiraliteitscolleges in het Nationaal Archief kwam ik in 2000 een Texelaar tegen. Helaas heb ik destijds geen preciezere bronvermelding genoteerd.

Leendert Jansz Pruijt had in 1724 aangemonsterd als kok op "de St. Franciscus" onder kapitein Claas Berkhout uit Zaandam. Op 21 mei werd het schip genomen door Algerijnen. Leendert werd in 1729 vrijgelaten nadat er 489 1/2 Algerijnse pecos waren betaald. Hij had betrekkelijk veel geluk: er waren ook zeelieden die pas na tientallen jaren werden losgekocht.

Genealogisch gezien is het interessant dat er ook bij vermeld wordt, dat hij 52 jaar oud was (in januari 1729), gehuwd, en drie kinderen op Texel had. In 1703 was Leendert in de hervormde kerk van Den Burg getrouwd met Annetje Tijs. Ze lieten in 1704 een dochter Geertje dopen en in 1708 een tweede dochter Pietertje. Uit deze vermelding blijkt dat er nog een kind geweest moet zijn. Dat zal de latere grootschipper Jan Pruijt geweest zijn.

In de encyclopedie van familienamen in het tweede deel van "Texelse geslachten" staat dat het niet duidelijk is of deze Jan een zoon van Leendert was. Hij is namelijk niet in het doopboek van Den Burg te vinden. Dieuwertje Jans Pruijt kreeg in 1704 een onecht kind genaamd Jannetje en Dijt&Dijt veronderstellen dat dit "misschien Jan" zou moeten zijn. De bovenstaande gegevens in acht genomen, lijkt het me aannemelijk dat dit niet zo was. Overigens noemde kapitein Jan Pruijt zijn oudste zoon Leendert, en ook hij koos weer het ruime sop.

Afbeelding uit de collectie van het Rijksmuseum: Slavernij en gevangenschap in het Ottomaanse Rijk, Romeyn de Hooghe, 1682 - 1733

Reacties